Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 4 juli 2019

Standpunt D66 OIJ over Laborijn

Standpunt D66 OIJ over Laborijn

Dat er de afgelopen jaren bij Laborijn onzorgvuldig en met onvoldoende oog voor de clienten gehandeld is, staat inmiddels voldoende vast. U heeft daar veel over kunnen lezen in de kranten. Ook binnen de gemeenteraad van Oude IJsselstreek bestaat daarover geen twijfel meer, zo bleek op een op 3 juli ingelaste raadsvergadering over dit onderwerp.

In Laborijn werkt onze gemeente samen met drie andere gemeenten om invulling te geven aan de Participatiewet en de Wet Sociale Werkvoorziening. Dit betekent dat alles wat laborijn doet, en alles wat er mis gaat bij Laborijn, direct raakt aan het levensgeluk van onze inwoners.

Dat de gang van zaken bij Laborijn ertoe geleid heeft dat mensen onheus bejegend zijn, met wantrouwen tegemoet getreden zijn, en dat zij zich in hun bestaanszekerheid bedreigd geweten hebben, moeten wij ons als lokale politieke partijen ter dege realiseren, en dat moeten wij ons aantrekken. Als gemeenteraad hebben wij hierin steken laten vallen.

Ook de medewerkers van Laborijn, die in veel gevallen oprecht hun best gedaan hebben om hun cliënten zo goed mogelijk te helpen, dreigen nu de dupe te worden. De verantwoordelijkheid voor de misstanden wordt door sommigen bij hen neergelegd, terwijl zij geenszins verantwoordelijk zijn voor het falende beleid bij Laborijn en de gebrekkige sturing en controle hierop.

De politiek zal in dit dossier behoedzaam moeten manoeuvreren. Terwijl we samen zoeken naar de beste manier om in de toekomst invulling te geven aan de Participatiewet en Wet Sociale Werkvoorziening, moeten we zeker niet de momentele belangen van de cliënten en medewerkers van Laborijn uit het oog verliezen. Ongeacht wat we uiteindelijk als gemeente gaan doen dient de situatie bij Laborijn direct verbeterd te worden.

Dat gezegd hebbende, ontkomen we toch ook niet aan het vellen van een politiek oordeel over de gang van zaken.

Verantwoordelijkheid

Zoals gezegd ligt de verantwoordelijkheid voor de misstanden bij Laborijn niet bij de medewerkers die dagelijks contact met de cliënten hebben. Waar ligt die verantwoordelijkheid dan wel?

Wat D66 betreft ligt de verantwoordelijkheid primair bij het Dagelijks Bestuur (DB) van Laborijn. Dit DB wordt gevormd door wethouders van de vier gemeenten die in Laborijn samenwerken en één extern lid. Namens onze gemeente maakt wethouder Van de Wardt (CDA) deel uit van het DB, en dat al zolang Laborijn bestaat. Het DB kan niet zomaar alle verantwoordelijkheid afwentelen op de directie en management van Laborijn. Het DB is immers verantwoordelijk voor opdrachtverstrekking aan en controle op de directie. Daarnaast behoren niet de ambtenaren maar de politiek verantwoordelijken te worden aangesproken, ambtenaren kunnen zich immers niet verdedigen in de politieke arena.

D66 wijst op één van de grondbeginselen van onze rechtsstaat: “wie politieke verantwoordelijkheid draagt, neemt deze verantwoordelijk ook en verbindt hier consequenties aan.”

De gemeente als verantwoordelijke samenwerkingspartner

De ondoordachte, bruuske, ontijdige en stellige mededeling van de wethouder dat de gemeente Oude IJsselstreek zich terugtrekt uit Laborijn, heeft meer kwaad dan goed gedaan. Uiteraard is het een goed idee om te onderzoeken of doorgaan met Laborijn nog wel de beste optie is, maar het kiezen voor de vlucht vooruit, kennelijk met geen ander doel dan het eigen politieke hachje te redden zonder de consequenties voor alle betrokkenen eerst te overzien, en zonder de samenwerkingspartners eerst deugdelijk op de hoogte te stellen, is een zwaktebod dat het  imago van onze gemeente als samenwerkingspartner onder druk zet. De wethouder noemt dit “met lef handelen”. Lef is prijzenswaardig, maar lef zonder stuurmanskunst lijkt meer op roekeloosheid. Helaas zien we maar al te vaak hoe brokkenpiloten hierdoor uit de  bocht vliegen.

Verklaringen dat het besluit om uit te treden al eerder genomen is, ingegeven door onvoldoende prestaties, en dat het rapport van Berenschot hierin geen noemenswaardige rol heeft gespeeld, achten wij volstrekt ongeloofwaardig. Als iets er uit ziet als een paniekreactie, spreekt als een paniekreactie, en handelt als een paniekreactie, dan is het waarschijnlijk ook een paniekreactie.

Maar zelfs als deze verklaring zou kloppen, dan roept dat alleen maar meer vragen op; waarom zijn de twijfels van de wethouder bij het handelen van Laborijn nooit uitgebreid besproken in het DB? Anders dan een enkele losse opmerking is nergens in de notulen van het DB te lezen hoe onze wethouder enig initiatief heeft genomen om orde op zaken te stellen bij Laborijn. En waarom is de gemeenteraad dan niet eerder – desnoods achter gesloten deuren – over dit besluit ingelicht en geraadpleegd alvorens dit daags na het uitkomen van het vernietigende rapport van Berenschot wereldkundig te maken.

Hoe dan wel?

D66 ziet in dat opgaven waarvoor gemeenten gesteld zijn soms te groot zijn om alleen op te lossen, en dat samenwerkingsverbanden tussen gemeenten onderling gekoesterd dienen te worden. Voorkomen moet worden dat Oude IJsselstreek als onbetrouwbare partner te boek komt te staan. In de rede zou liggen om onderzoek te doen naar de beste manier om invulling te geven aan de participatiewet, maar niet met als vooropgezet doel om uit Laborijn te stappen. De uitkomsten van dit onderzoek zouden afgewacht moeten worden alvorens ferme taal uit te slaan die de verhoudingen onder druk zet.

Positie van de wethouder

U begrijpt dat D66 heeft weinig tot geen vertrouwen meer heeft dat deze wethouder dit dossier tot een goed einde zal weten te brengen, al zijn beste bedoelingen ten spijt. Dat heeft niets te maken met het om persoonlijke redenen weg willen hebben van een wethouder, maar alles met onze zorgen over de kwaliteit van het lokaal bestuur, en een in de loop der jaren gegroeid, en op ervaringen in diverse dossiers gestoeld (recentelijk nog het Almende College), oprecht gebrek aan vertrouwen in de kundigheid van deze wethouder.

Rol van het CDA

Het is voor ons dan ook onbegrijpelijk dat de raadsfractie van het CDA er geen punt in zag om Van de Wardt te handhaven als bestuurder van Laborijn, en om hem bovendien het onderzoek naar een mogelijk uittreden te laten leiden. Gelukkig zijn zij op het eerste punt door coalitiepartner Lokaal Belang teruggefloten, en heeft de gemeenteraad uiteindelijk unaniem besloten dat de functie van Van de Wardt als lid van het DB door een ander moet worden overgenomen.

D66 begrijpt uiteraard de loyaliteit naar de eigen wethouder toe, maar vindt wel dat het belang van de burger en van de kiezer toch echt wel de voorrang zou moeten hebben boven het telkens weer koste wat het kost de hand boven het hoofd houden van een wethouder van de eigen partij, die blunder op blunder stapelt. Daarmee verspeelt ook de CDA-fractie haar politieke geloofwaardigheid in toenemende mate. D66 betreurt dit, temeer daar het hier niet zomaar een partij betreft, maar een gevestigde partij met een trotse traditie van gedegen bestuursdeelname.

D66 vraagt zich daarbij in gemoede af wat voor zou moeten gaan: het eigen belang of het belang van de burgers van de gemeente Oude IJsselstreek? Of hebben de inwoners van onze mooie gemeente soms geen recht op een eerlijk, deskundig, en betrouwbaar bestuur?

Samenstelling DB

D66 zou er voorstander van zijn als de andere deelnemende gemeenten een soortgelijk besluit zouden nemen. Bovendien stellen wij voor dat de burgemeesters van de deelnemende gemeenten, die als enige collegeleden politiek boven de partijen staan, tijdelijk het DB van Laborijn waarnemen.

Ten Slotte

Voorop moet blijven staan dat de belangen van de inwoners van onze gemeente die afhankelijk zijn van de diensten van Laborijn gewaarborgd zijn. Dat dit de afgelopen jaren onvoldoende gebeurd is is een blamage die zo snel mogelijk dient te worden rechtgezet.

Dat de gemeenteraad unaniem besloten heeft om een wethouder een dossier te ontnemen is een krachtig signaal. De vraag is of deze wethouder dit signaal ook opvangt en hier verdere conclusies aan verbindt.